Hij kan nog makkelijk rijden,

hij krijgt alleen de parkeerkaart niet meer in de gleuf.

 

Plaskruizen bij het Concertgebouw

en Roddelaar krijgt een koninklijke onderscheiding.

 

We zaten buiten.

De beweringen vlogen je om de oren.

We gingen naar binnen.

Daar waren ze ook.

 

Hij ging naar de politie, vertelde dat zijn humor was gestolen.

Ze snapten er niks van.

‘Kan 't zijn dat meneer 't gewoon verloren heeft?’

vroegen ze.

 

‘Ik wil wel rekening houden met het milieu, maar ik ga niet inleveren op douchen’,

zegt ze.

 

Mailen:

Ik vergeet de 'r',

(voor de spellingscontrole maakt het niet uit,)

nu staat er dat ik een weekendje door Amsterdam ga zweven.

 

Ze kust niet,

ze biedt haar wang aan.

Willen weten wie zoveel onzin verkoopt

("gefileerd betekent dat je het in mootjes hakt, dat je er niks van over laat"),

maar niet durven omkijken

 

Het is niet erg

die regen,

zelfs zonder aan de zon

te denken,

kan ik er vandaag goed tegen.

 

Wachtkamer:

vandaag gaat het vooral over de tijd vóór de bloedverdunners.

 

Dingen die komen

aanwaaien;

vandaag een geel

stukje slinger

van een of ander feestje

dat voorbij is.

 

Boodschappenlijstje (Korzakov light?):

 

In een boek wonen.

Een paar dagen.

 

Niet uit de pantoffels geweest.

Vandaag.

 

Hij rent naar mij - wild vreemde man - toe

en laat mij - wildvreemde man - zijn

nieuwe

autootje zien,

even maar,

dan is hij weg

naar de volgende wildvreemde man

om zijn nieuwe autootje

te laten zien.

 

‘Daar moeten we ook maar eens mee ophouden,

met het kopiëren van cadeautjes

voor je ze geeft’, zegt hij.

Hij heeft gelijk.

 

Een mooi

en teder

behoorlijk sexy

woord:

snoertje.

De eenzaamheid van wachtkamers, daar moet ik nog eens over schrijven. Hoe meer mensen (patiënten/cliënten) er binnen komen, hoe eenzamer het lijkt te worden daar.

Die keer een mevrouw met haar hondje, dat zielig piept.

“Ga je nou de hele tijd zeuren?”

“Je hebt het toch zelf gedaan ...!”

“De dokter moet echt even kijken hoor.”

...

 

 

 

 

Tegenwoordig kan je in musea soms zelf je catalogus samenstellen. Op de bladzijde van ‘Zero Gravity’ lag een dode vlieg. Die gaf - zonder het zelf te weten - het kunstwerk zijn  definitieve betekenis, vind ik. In de kelder waren mensen aan het baden. Je moet echt naar de Timmerfabriek in Maastricht. Het gebouw is zó mooi en de tuin ook.

Hij was er al een tijdje bang voor,

maar die middag gebeurde het dus echt,

hij viel uit elkaar.

Lastig was het, hij zat net zo lekker op het terrasje

was aan zijn derde glas wijn, in een vriendelijke zon.

Het werd stil. Langzaam liep het terras leeg.

Voorzichtig sloop iedereen weg, probeerde nergens op te trappen.

Hij was wel in 1000 stukjes uit elkaar gevallen,

die lagen verspreid tussen de stoelen en de tafeltjes.

Een mus hipte verbaasd rond.

 

 

... dat gebouw heeft evenveel ramen

als ik jaren heb ...

“Heb je niks beters te doen?”